Joris Luyendijk

Over mij

Op 30 december 1971 gaven mijn ouders mij de naam Joris Luyendijk en dit heb ik toen maar zo gelaten. Mijn wieg stond in de Amsterdamse Bijlmer maar na een paar jaar in Nieuw-West belandde ik in Hilversum waar ik het Gymnasium ‘doorliep’. Na een jaar studie in de Verenigde Staten (University of Kansas) in 1990 werd het via politicologie en geschiedenis uiteindelijk religieuze antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor die studie deed ik in 1995 een jaar ‘veldwerk’ onder Egyptische studenten aan de Universiteit van Gizeh in Caïro: geloofden zij dat democratie, mensenrechten en Islam samengaan?


Hierover gaat mijn debuut Een Goede Man Slaat Soms Zijn Vrouw – een citaat van een bevriende studente. Na mijn afstuderen vroegen de Volkskrant en het Radio1 Journaal in 1998 of ik hun correspondent Midden-Oosten wilde worden. Dat wilde ik wel! Vijf jaar reisde ik de regio af, eerst vanuit Caïro, toen vanuit Beiroet en het laatste jaar vanuit bezet Oost-Jeruzalem.


Dit werd in 2006 het boek Het Zijn Net Mensen, hetzelfde jaar dat ik Zomergasten mocht presenteren. De volgende grote stap was The Guardian waar ik in 2011 een langlopend onderzoek mocht doen naar de cultuur van zakenbankiers in The City van Londen. Het boek Dit Kan Niet Waar Zijn uit 2015 beschrijft mijn bevindingen daar. Londen beviel zo goed dat ik tot na de Brexit in 2017 bleef hangen. Sindsdien woon ik weer in Amsterdam, waar ik in 2022 mijn moeilijkste boek tot nu toe publiceerde: De Zeven Vinkjes. Dit is een zelfonderzoek wat het met mijn zelf-, mens- en wereldbeeld heeft gedaan dat ik door mijn lichaam, nest en opleiding altijd binnen de norm val, en altijd kan rekenen op het voordeel van de twijfel.


In 2026 heb ik de journalistiek verlaten om mij vol te kunnen storten op de verdediging van Europa in Oekraïne. Intussen blijf ik lezingen geven over Zeven Vinkje-mannen, en ook over ‘antropologisch interviewen’. In de zomer van 2026 ben ik uit de kast gekomen als wat dan heet ‘hoogbegaafde’. Ik hoop zo bij te dragen aan de emancipatie van deze zwaar belaagde en bijzonder slecht begrepen groep buitenbeentjes – in neurotypische zin val ik dus wel buiten de norm.