terug

Nawoord bij de zevende druk

De avonturen in Een goede man slaat soms zijn vrouw beleefde ik in 1995 en bij herlezing lijkt de hoofdpersoon bijna een vreemde. Ik vraag me ook regelmatig af: herinner ik me nu de echte ervaring of de in dit boek beschreven versie van die ervaring? Zoals je een herinnering kunt ophalen om vervolgens te beseffen: ik herinner me de foto, of de homevideo. Het geheugen is een verraderlijk stukje weefsel.
Zie je ze nog weleens? Geen vraag is mij door lezers zo vaak gesteld als deze, en het antwoord is nee. Al ben ik twee jaar later wel opnieuw in Cairo gaan wonen. Ik was inmiddels correspondent en dat bestaan bleek niet te combineren met het leven van mijn vrienden. En ik heb het ook niet heel hard geprobeerd. Zij evenmin, alleen Imad heb ik nog een paar keer ontmoet. Ons weerzien staat beschreven in het boek over mijn correspondentschap, Het zijn net mensen. Beelden van het Midden-Oosten.Toen ik in 1996 uit Egypte terugkeerde naar Nederland, was ik helemaal beduusd van het feit dat mensen in het Midden-Oosten niet wilden worden zoals ik. Mij was in de jaren tachtig en negentig voorgehouden dat mensen elders ter wereld weliswaar anders waren, maar niet minder want ze waren allemaal op weg te worden zoals wij – het duurde alleen wat langer. Ik had de menselijke geschiedenis leren zien als een lange trein, de voorste wagon was het Westen, en de voorste coupé Nederland. Het is niet meer voor te stellen, maar twee decennia terug spraken wij zonder te lachen over onszelf als ‘gidsland’.
Mijn vrienden in Egypte bleken anders, tot zover klopte mijn wereldbeeld. Maar die vrienden bleken dit niet als een probleem te zien, integendeel. Ook zij zagen de mensheid als een trein, alleen was hun voorste treinstel de islam, de voorste coupé de Arabische wereld en op de voorste bank zaten Egyptenaren. Deze aardverschuiving in mijn wereldbeeld – andere volkeren zien mij niet als superieur en willen niet worden zoals ik – besloot ik centraal te zetten in Een goede man slaat soms zijn vrouw. Daarom ook koos ik die titel; een meisje dat zegt dat een kerel die nooit de handen laat wapperen, geen geloofwaardige huwelijkskandidaat is… Verder van mijn westerse mens- en wereldbeeld kon ik niet komen.Zou ik tien jaar later, in 2005, zijn gaan studeren, dan was ik waarschijnlijk juist op zoek gegaan naar de overeenkomsten tussen leeftijdsgenoten in Egypte en Nederland. In de jaren tachtig en negentig werden verschillen tussen Oost en West in feite ontkend, dat merkte je aan zinnetjes in columns of artikelen als ‘religie speelt nog een belangrijke rol in Egypte’. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 worden de verschillen tussen Oost en West juist verabsoluteerd, het denken in ‘wij’ en ‘zij’ is tegenwoordig vanzelfsprekend. In dit klimaat zou het voor mij als schrijver interessant zijn geweest om met een tegengeluid te komen, met een boek over de vele overeenkomsten tussen hier en daar. Ook in 1995 had ik zo’n boek kunnen schrijven, maar ik koos een andere invalshoek en daarbij hoort een andere selectie van ervaringen.Een laatste punt. Dankzij dit boek werd ik door de Volkskrant en het Radio1 Journaal gevraagd als Midden-Oostencorrespondent en in die baan ging ik het belang inzien van verantwoording afleggen. Als journalist heb je te maken met allerlei beperkingen, zowel bij het verzamelen van informatie als het weergeven ervan. Mijn conclusie na vijf jaar in het vak was dat journalisten veel opener moeten zijn over die beperkingen, over wat ze niet kunnen weten omdat de wereld nu eenmaal vaak ondoorgrondelijk is, en over wat ze niet kunnen vertellen wegens gebrek aan tijd, ruimte of achtergrondkennis bij hun publiek.
Hiermee veranderde ook mijn blik op dit boek, want ook een boek legt beperkingen op. Een goede man slaat soms zijn vrouw heeft vele versies gekend en in de eerste versie kwamen veel meer personages voor dan in de eindversie. Het probleem met de eerste versie was dat met zoveel personages het overzicht verloren ging; proeflezers haalden mensen door elkaar en verloren hun concentratie en interesse.
Met pijn in het hart sneed ik een deel van de personages eruit, dat scheelde al. Alleen met twee personages kon dit niet. Hun ervaringen waren essentieel voor een compleet beeld, terwijl ze tegelijkertijd zo op elkaar leken dat al mijn proeflezers ze door elkaar haalden. Wat te doen? Een collega met een lange staat van dienst zei: samenvoegen. Ik schrok, kon dat wel? Maar al snel zag ik in dat het niet anders kon. Ik volgde haar raad op, maar meldde het niet bij de verantwoording. Bij deze alsnog.
Alles in dit boek is echt gebeurd maar zonder ingrepen was het verhaal onleesbaar en ongepubliceerd gebleven. Het is de grote paradox van iedere schrijver: soms blijk je de waarheid alleen te kunnen overbrengen door deze geweld aan te doen.Amsterdam, mei 2007